Strategie planmatige zandwinning : belangenafweging en instrumentarium

Deltares (etc.), J. de Ronde (etc.)
[Rotterdam] : Ecorys
01-12-2011

Zandwinning vanuit de Noordzee leidde beleidsmatig tot nu toe niet tot grote knelpunten. Omdat het ruimtelijke gebruik van de Noordzee steeds intensiever wordt, neemt de kans op conflicterende belangen toe. De economisch meest aantrekkelijke zandwinlocaties krijgen hierdoor steeds meer concurrentie van andere gebruikers (windenergie, kabels, leidingen, e.a.). Dit heeft consequenties voor de beschikbaarheid van zand, alsmede voor de kosten die nodig zijn om zand te winnen. Tegen deze achtergrond is het van belang om via een zandwinstrategie tijdig op deze veranderingen in te spelen en ervoor te zorgen dat het ruimtelijk beheer van de zandvoorraad in de Noordzee proactief en op strategische uitgangspunten is ingericht. Als onderdeel van genoemde zandwinstrategie wordt in dit rapport een methode beschreven waarmee het belang van zandwinning en zandvoorraad in tijd en ruimte transparant af kan worden gewogen tegen andere ruimtelijke ontwikkelingen. Met het bijbehorende toetsingskader is het mogelijk om: 1. de gevolgen van nieuwe ruimtelijke initiatieven, zoals een nieuwe leiding of kabel, te toetsen aan de verminderde beschikbaarheid van betaalbaar zand. Bij de afweging kan ook onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende toepassingen van het zand, zoals ophoogzand en suppletiezand. 2. de consequenties en meerkosten voor zandwinning als gevolg van het aanpassen of ontwikkelen van gebiedsgericht beleid, in beeld te brengen t.b.v. de politieke besluitvorming. Een voorbeeld van zo’n gebiedsgerichte beleidsontwikkeling is het aanwijzen van windenergiegebieden. 3. een gebiedsspecifieke aanpak te ontwikkelen voor die gebieden waar de strategische voorraad nu al sterk onder druk staat vanwege de zeer beperkte ruimte, de ontwikkelingen op de korte termijn en de aanwezigheid van niet meer in gebruik zijnde kabels en leidingen. Hierbij gaat het om de gebieden in het kustvak tussen Noordwijk en IJmuiden, de Zeeuwse Banken (zeewaarts van de Voordelta) en de Texelse stenen (ten noordwesten van Texel en Vlieland).

55 p.
tab., fig.
bijl.
In opdracht van Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat Dienst Noordzee.
Het onderzoek is begeleid en gecoordineerd door M. de Bruijn (DNZ), E. Evers (WD), E. Schut (WD) en A. Stolk (DNZ)