Spoorvormingsgevoeligheid LinTrack - SMA verklaard

J.L.M. Voskuilen, A.E. van Dommelen ; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde (RWS, DWW), M. Surie ; Hogeschool van Rotterdam
Delft : RWS, DWW
2006

Een van de doelstellingen van het LinTrack spoorvormingsonderzoek van enkele jaren terug was het toetsen van de zeggingskracht van de triaxiaalproef voor de spoorvormingsgevoeligheid van asfalt. Daartoe zijn 6 verschillende deklaag - tussenlaagcombinaties onderzocht met zowel de zwaarverkeer-simulator als in de triaxiaaproef. Deze toetsing van de triaxiaalproef heeft niet tot een bevredigend resultaat geleid. Een van de mengsels waarvan het spoorvormingsgedrag door de triaxiaalproef niet kon worden voorspeld, was een SMA deklaag. Dit mengsel bleek onder de zwaarverkeer-simulator teleurstellend te presteren. Dit werd bevestigd door wielspooronderzoek, maar was strijdig met de uitkomst van triaxiaalproeven terwijl het mengsel volgens het vooronderzoek en opleveringsonderzoek ook leek te voldoen. Mede om de betrouwbaarheid van het vergelijkend onderzoek tussen het gedrag in de triaxiaalproef en het gedrag onder de zwaarverkeer-simulator verder te onderbouwen, was gewenst om vast te stellen of er werkelijk iets aan het mengsel mankeerde en zo ja, wat. Deze bijdrage beschrijft een nader onderzoek van de volumetrische samenstelling van het mengsel met behulp van de gyrator. Gebleken is dat steenskelet een zeer lage holle ruimte had. Als resultaat was het mengsel overvuld wat de reden was van de spoorvormingsgevoeligheid. Om dit probleem te voorkomen wordt aanbevolen om voor SMA het mengselontwerp en de productiecontrole op de geleverde steenslag beide uit te voeren met behulp van gyratoronderzoek volgens de door CROW - werkgroep "Volumetrisch mengselontwerp SMA" voorgestelde methode.

9 p.
Met lit.opg.
Bijdrage voor de Wegbouwkundige Werkdagen 2006