Oecologie van Klein Hoefblad en de bestrijding van deze plant in de Noordoostpolder

Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken), door D. Bakker
Zwolle : Tjeenk Willink
1952

Aan deze verhandeling ligt het denkbeeld ten grondslag, dat het bestrijden van onkruiden dient te worden gebaseerd op een onderzoek naar de oecologie en de levenscyclus van de betrokken soorten. Op deze wijze zou de meest doelmatige bestrijding van onkruiden kunnen worden bereikt. Deze gedachtengang wordt hier nader uitééngezet aan het voorbeeld van Tussilago farfara. Na de ontginning van de Wieringermeer en de Noordoostpolder, de eerste droogmakerijen in de voormalige Zuiderzee, bleek deze plant het hinderlijkste en hardnekkigste onkruid te zijn. Het onderzoek naar de oecologie, de levenscyclus en de mogelijkheden van bestrijding van Tussilago werd vanaf 1947 verricht in het laboratorium en in de Noordoostpolder. Beschreven worden het ontstaan en het in cultuur brengen aan de Noordoostpolder; de verspreiding van klein hoefblad in de Noordoostpolder; de kiemkracht van het zaad; de kiemplanten; de spruiten; de phytosociologische waardering; de chemische samenstelling; de natuurlijke vijanden; de bestrijding.

184 p.
fig., tab.
(Van Zee tot Land ; 7)
Met lit. opg.
Ook verschenen als proefschrift Groningen. - Met een samenvatting in het Engels