Interim rapport inzake de inrichting van IJmeer- en Veluwemeerboezem

[Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat], Dienst der Zuiderzeewerken (RWS, ZZW)

1960

Met het oog op een doelmatig schema voor de uitvoering van Zuidelijk Flevoland is het noodzakelijk, dat enkele onderdelen van de inrichting in 1960 en 1961 worden uitgevoerd. Met dit interim-rapport wordt beoogd de huidige stand van het onderzoek weer te geven en na te gaan, of reeds nu voorstellen gedaan kunnen worden voor de vaststelling van bepaalde onderdelen, welke binnenkort voor uitvoering in aanmerking worden gebracht. In de eerste plaats dienen eventuele nadelige veranderingen in de hydrologische toestand in het oude land als gevolg van de droogmaking van de IJsselmeerpolders zoveel mogelijk te worden beperkt door de vormgeving en de inrichting van de meren, al dan niet gecombineerd met voorzieningen in het oude land. Voorts moet bij de inrichting van de meren rekening gehouden worden met de belangen van scheepvaart, landverkeer, waterhuishouding, waterkering, visserij en recreatie. Daarnevens moet worden gestreefd naar een zo groot mogelijke aanwinning van waardevolle gronden, terwijl aandacht moet worden besteed aan de zandwinning en drinkwateronttrekking.

26 p.
tab.
8 bijl.
(Nota / ZZW ; 267)