Hoofdafmetingen tweede sluis Lith

Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde, Hoofdafdeling Scheepvaart, R.J. Dijkstra
Rotterdam : Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde (RWS, DVK)
1992

Zowel de scheepvaart via de Maas als de scheepvaart via het Maas-Waalkanaal passeert de sluis te Lith. Deze sluis vormt reeds een aantal jaren een knelpunt voor het scheepvaartverkeer. Dit betekent lange wachttijden. Het scheepvaartverkeer bij de sluis bestaat voornamelijk uit beroepsvaart. Gedurende de zomermaanden is er echter een aanzienlijk deel rekreatievaart aanwezig. De recreatievaart zal hier in de toekomst nog verder toenemen. Het knelpunt voor de scheepvaart zal worden opgelost door de aanleg van een tweede sluiskolk die geschikt wordt voor tweebaksduwvaart en CEMT klasse V motorschepen, met een minimale doorvaarthoogte van 9,10 m en een sluiskolk van 200x18 m (eventueel 200x16 m). De nieuwe sluis dient bij voorkeur gebruikt te worden door de beroepsvaart. De huidige sluis moet worden ingezet voor gemengd schutbedrijf (beroepsvaart en rekreatievaart).

p. ill. ; 30 cm Notitie S91.229.05.1. - Met lit. opg. - Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, RWS, Directie Limburg (LB)(28)