Grondwaterregimes in natuurterreinen in het Lauwerszeegebied

Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP), door H.Slager
Lelystad : Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RWS, RIJP)
1984

Voor de inrichting ne het beheer van het Lauwerszeegebied is het noodzakelijk de abiotische factoren te kennen. Naast de bodemopbouw is het grondwaterregime van belang voor de ontwikkeling van natuur- en recreatiewaarden. Daarom is in 1979 begonnen met een systematisch onderzoek naar de waterhuishouding in natuurgebieden. Er is een aantal plekken gekozen waar gedurende enkele jaren waarnemingen zijn gedaan naar het verloop van de grondwaterstand. Naast enkele zelfregistrerende apparaten zijn buizen geplaatst waarin de waterstand ca. 1 keer per twee weken is opgenomen. Voor het meten van neerslag is er op de Ballastplaat een meetplek. Ook het peil van het Lauwersmeer is gemeten met een zelfregistrerende meter. Eerst wordt de neerslag en daarna het verloop van het meterpeil besproken. Daarna wordt achtereenvolgens van ieder meetgebied de waterhuishouding besproken. Daarbij komen ook de bodem en de hoogteligging aan de orde.

29, [32] p.
fig., graf., krt., tab.
(Werkdocument / RIJP ; 1984-123 Abw)
Met samenvatting