De werken voor afwatering, bemaling en scheepvaart in Zuidelijk Flevoland

[Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat], Dienst der Zuiderzeewerken (RWS, ZZW)

1960

Nu een aanvang is gemaakt met de bedijking van Zuidelijk Flevoland zal binnenkort ook moeten worden begonnen met de voorbereidingen voor de bouw van het gemaal, resp. de gemalen van de polder en van de scheepvaartsluis (sluizen), die toegang tot de polder zal geven. De plaats van deze objecten dient te worden bepaald, hun hoofdafmetingen en algemene inrichting moeten worden vastgesteld. Na een inleiding over de algemene structuur van Zuidelijk Flevoland, worden algemene opmerkingen gemaakt over de afwatering en de scheepvaart, waarna nader wordt ingegaan op de normaal te handhaven waterstand in de poldervaarten, dus het polderpeil, in samenhang met een verdeling in polderafdelingen. Daarna kan een stelsel van vaarten worden besproken; hieruit vloeit de plaats van de sluizen en gemalen voort. Het zal blijken, dat het nodig is verschillende oplossingen onderling te vergelijken, waardoor het nodig is ramingen te maken van diverse alternatieven. Deze vorderen de kennis van de grootte van het waterbezwaar, waaruit het benodigde vermogen van de bemaling voortvloeit. Ten slotte volgen nog beschouwingen over de inrichting van de bemaling.

27 p.
tab.
11 bijl.
(Nota / ZZW ; 266)