De physische rijping van de jongere Zuiderzee-afzettingen in de Noordoostpolder

Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken), door W.R. Domingo
Zwolle : Tjeenk Willink
1951

In 1941 is een deel van het IJsselmeer drooggevallen en sindsdien in cultuur gebracht. De phsysische rijping van de met water verzadigde afzettingen, het moedermateriaal, dat voorheen de bodem vormde van dit meer, werd bestudeerd. Het ontwateren van het moedermateriaal veroorzaakte phsysische, chemische en biologische veranderingen. Het verloop van de psysische rijping hangt af van de aard van het sediment en van de intensiteit van de ontwatering. Wat betreft de aard van dit bodemmateriaal, kan opgemerkt worden, dat hoe meer colloïdale stoffen het bevat, des te hoger het vochtgehalte in de met water verzadigde toestand is. Beschreven worden de aard van het materiaal en de rijpingsverschijnselen in het algemeen; de rijping bij zandgronden; enn de rijping bij kleigronden.

18 p.
fig.
Met een samenvatting in het Engels
(Van zee tot land ; 2)
Met lit. opg.