Bepaling van de bijdrage van de waterbodemkwaliteit op de waterkwaliteit in Nederrijn Lek

M. van Houten ; Witteveen+Bos, Ecofide
Deventer : Witteveen+Bos
29-12-2011

Doel van dit onderzoek is na te gaan of deze KRW-doelen negatief beïnvloed worden door de aanwezige waterbodemverontreinigingen. En als dat het geval is, door welke deelgebieden (zomerbed, kribvakken, havens, strangen) deze belemmeringen worden veroorzaakt. Het onderzoek is geheel uitgevoerd volgens de Handreiking Beoordelen Waterbodems. Conclusies: De KRW-doelstelling ‘PCB’s in zwevend stof’ wordt in de Nederrijn Lek niet gehaald, maar de kwaliteit van het bovenstrooms aangevoerde zwevend stof voldoet al niet aan de norm. Bij gemiddelde of hogere afvoer draagt het sterk verontreinigde slib in de havens en de kribben nauwelijks bij aan de waterkwaliteit. Echter bij lage afvoer beïnvloedt de slechte kwaliteit van het slib in verschillende havens en in de meeste kribvakken, wel de waterkwaliteit. In 2009 en 2010, waarin geen lage afvoeren zijn opgetreden, heeft de waterbodem nauwelijks een negatieve bijdrage van PCB’s aan de waterkwaliteit geleverd. Omdat de waterbodem in havens en kribvakken nog steeds lokaal zeer sterk verontreinigd is met deze stoffen, wordt verwacht dat in periodes met lage afvoer de waterkwaliteit wederom sterk negatief beïnvloed zal worden door opwerveling van historisch verontreinigd rivierslib in havens en kribvakken. Het niet-halen van de Hg-biotanorm wordt eveneens mede veroorzaakt door de waterbodemkwaliteit in enkele havens en kribvakken. De (andere) sterke verontreinigingen belemmeren niet of nauwelijks de macrofauna-doelstellingen. Hierbij spelen andere oorzaken dan de waterbodemkwaliteit.

43 p.
ill., bijl.
In opdr. van: Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat, Dienst Oost-Nederland (RWS, ON)